Wandelen

SNEEUW!!!

Het is vrijdag drie maart 2006. Martin en ik vertrekken die middag naar Brilon is Sauerland. Martin kom je in mijn verhalen vaker tegen. We lopen veel samen en hij is er eigenlijk altijd bij als de afstand boven de 25 kilometer komt.

Het plan: we lopen de Rothaarsteig. Een afstand van bijna 150 kilometer naar Dillenburg.
We hebben vijf wandeldagen, maar denken dat het misschien ook wel in vier moet kunnen.
 
Hoe anders gaat het!
 
Er ligt wat sneeuw in Sauerland, dat zien we via de webcam, maar bij het naderen van Brilon is daar weinig van te zien. Hier en daar wat in de schaduw in de wal van een sloot, verder lijkt het, op de heuvels na, gewoon Drenthe.
 
Die avond sneeuw het! Een beetje. We worden enthousiast: mooi morgen, zo’n laagje sneeuw. We verheugen ons op de wandeling, zijn heel vroeg wakker, de volgende morgen, omdat om vijf uur de markt wordt opgebouwd onder onze hotelkamer. Dus is het geen probleem om vroeg op pad te gaan. Voor acht uur, de rugzak op en kijk, het sneeuwt nog. Buiten is het prachtig wit en onze wandel moraal dus erg hoog: dat wordt vandaag genieten.
 
Hoe anders gaat het!
 
Na een kilometer of vijf zijn we echt buiten de stad en is er de eerste helling. Besluit: de stokken in de hand, want dat lijkt met de sneeuw berg op wel een goed hulpmiddel. En de gedachte komt boven, dat het vermoedelijk toch wel wat meer gesneeuwd heeft, dan we zelf denken. Want daar al, direct aan het begin van de wandeling, is het toch wel erg ploeteren door de losse sneeuw.
Maar ach, komt er een wat vlakker stuk, dan valt het wel mee. Ook zijn de paden, waar we over moeten, redelijk belopen, er is altijd wel een weggetje, waar het wat gemakkelijk loopt.
 
Hoe anders gaat het!
 
Maar als wij verder komen, blijken anderen gestopt te zijn. Meer en meer komen we op paden, waar er voor ons nog maar heel weinig mensen gelopen hebben. Of waar wij sinds lange tijd de eerste zijn, die dit pad volgen. Het avontuur van de wandeling wordt groter, want meer en meer krijgen we het idee, dan we onze eigen weg moeten vinden.
Nog een geluk, dat de route zo goed is aangegeven. Vaak op speciale palen zo’n anderhalve meter boven de grond. Dat is dus geen enkel probleem.
Maar het lijkt soms, dat bij iedere stap die we zetten, er meer sneeuw valt.
 
Hoe anders gaat het!
 
Tegen een uur of één gaan we even van de route. Onder ons ligt een Bruchhausen en we hebben, gelet op sneeuw, kou en vermoeidheid, behoefte aan iets warms. Dus in het plaatselijke café gaan we aan de soep en voor het eerst komt het woord er uit: stoppen?
De weg is nauwelijks te belopen, we moeten alleen maar berg op en er ligt inmiddels toch wel erg veel sneeuw. Maar zo’n vijf kilometer verder ligt Willingen en uiteindelijk besluiten we daar in ieder geval naar toe te lopen.
Want wat is nu vijf kilometer. Normaal lopen we dat in pak weg drie kwartier.
 
 
Hoe anders gaat het!
 
We moeten stijgen van ongeveer 550 naar zo’n 700 meter. De sneeuw valt inmiddels met bakken uit de lucht en om een uur of drie zoek ik mijn wollen muts. Er is wat meer wind gekomen en mijn haar ligt als één plak ijs op mijn hoofd. Uiteindelijk doen we over die laatste vijf kilometer ruim twee uur. Waar je ook kijkt, alleen maar sneeuw.
En we zijn blij, dat we eindelijk van de route afkunnen richting het hotel in Willingen, wat in de route beschrijving staat. Nog een klein stukje lopen!
 
Hoe anders gaat het!
 
Als we bij het dorp zijn, blijken we eerst weer berg op te moeten om uiteindelijk voor de ski piste te komen. Een enorme drukte van mensen die genieten van de sneeuw, die wij eigenlijk niet meer kunnen zien. We moeten oversteken en in die honderd meter ga ik drie keer op mijn gezicht. Een spiegelgladde piste en een zeer vermoeid lijf. Gelukkig kan Martin niet zo snel zijn camera pakken!
Maar een groot goed: aan de overkant van de piste ligt het hotel. Als we daar eindelijk staan, lijkt er een grote tegenvaller te zijn en even denk ik: o nee, toch niet gesloten?
Er ligt een berg sneeuw voor de deur, maar uiteindelijk blijkt dat gewoon de sneeuwval van die zaterdag te zijn.
We gaan naar binnen, worden begroet en vragen of er nog een Zimmer Frei ist. De dame kijkt ons aan zonder veel belangstelling. Weer even dat gevoel: vol, dus moeten we verder. Maar ze kijkt nog een keer, vraagt dan Sind Sie Laufend? Wat we dus bevestigend kunnen beantwoorden. Ab Wo? Is de vervolgvraag en naar waarheid zeggen we: Ab Brilon. Halleluja klinkt het: Moment bitte, Die Herrn bleiben hier, horen we haar roepen en dan komt Mutti, die weet waar we vandaag zijn gekomen. Alles aan kleding, wat in een restaurant nog betamelijk is, moet uit en wordt afgevoerd. Naar we later horen naar de droogkelder. We worden vertroeteld en een half uur later is een kamer schoon en klaar.
Een douche, droge en warme kleren en onder het dekbed. Dat is alleen wat ons nog boeit op dat moment.
 
Die avond moeten we nog even een paar honderd meter lopen naar een eetcafé. Het sneeuw, waait, buiten is het koud en ellendig. Die dag, zo blijkt, is er in Sauerland ruim een halve meter sneeuw gevallen. We zouden 36 kilometer lopen. Met moeite werden het er 23.
 
De volgende dag gaan we naar Winterberg met een taxi: geregeld door onze gastvrouw! Ze laat, voor we weg gaan, ons nog even een boek zien: Sauerland im Sommer. Haar advies: maak veel foto’s, dan kunnen jullie Sauerland im Winter uitgeven.
 
De dagen erna lopen we steeds vanuit Winterberg, want we hebben besloten om de Rothaarsteig op een ander moment te lopen.
De wandelingen die dagen zijn niet anders dan op de zaterdag: bergen sneeuw, geen mens die er nog geweest is, dus enorm zwaar om te wandelen. Maar dan weten we, wat ons te wachten staat, als we op weg gaan!
 
Die eerste zaterdag: ik geloof dat ik nog nooit zo heb afgezien en zo moe ben geweest. Maar uiteindelijk: een geweldige wandelweek, hoe anders is het gegaan, maar wat hebben we enorm genoten!!